ngimg0

Jojanneke in de Vinex 14: Opa

Opa is dood. Of beter gezegd: Opa Scoot is dood. R had hem liefkozend Opa Scoot gedoopt, omdat hij op een coole scootmobiel rondracete, maar dat doet hij nu dus niet meer.
We hebben R. uitgelegd dat opa nu niet meer beweegt, niet meer kan eten en niet meer kan praten. Niet dat hij dat de laatste maanden nog kon, maar nu kan hij dus ook niet meer knuffelen, schrijven en via een slangetje eten. R. keek ons even afwachtend aan. Na een moment van gepaste stilte vroeg R. waar opa dan nu eigenlijk was. Mama L. vond het een goed moment om te vertellen dat opa nu een sterretje is en dat je hem 's avonds nog aan de hemel kunt zien stralen. Angst vlamde op in zijn oogjes. “Ik wil niet dood!” riep de kleine verschrikt uit.

Ongerust vroeg L. verder.
“Als ik later dood ben, wil ik helemaal geen sterretje worden!” legde hij uit. “Ik wil een olifant worden!”
L. zuchtte opgelucht. We hadden het kunnen weten. R.'s interesse gaat namelijk al geruime tijd uit naar olifanten. Na zijn verjaardag stond ons bescheiden huisje vol met olifantencuriosa: van olifanten die vlinders uit hun slurf blazen – ja, die bestaan – en olifantenslingers tot olifantentaart. En alles het liefst op ware grootte natuurlijk. Ik zie uit naar het moment dat zijn belangstelling uitgaat naar de mier.
Na zijn paniekuitbarsting verklaarden we snel dat je zelf mag kiezen wat je wilt worden als je later dood gaat. R. slaakte een zucht van opluchting en vervolgens bedachten we wat Opa Scoot zou kiezen. R. dacht een olifant, maar misschien toch ook wel een auto. Ik knikte. Waarom niet?
Hier bleef het uiteraard niet bij. In de dagen die volgden viel het woord 'dood' veelvuldig tijdens het spelen. Het badeendje is dood, die kan niet meer zwemmen en dobbert sneu met zijn kop onder water. De Duplo-trein denderde over Duplo-opa heen en toen R. het hondje van mijn zwager zag – een Japanse Cocker Spaniël voor de kenner, wat ik niet ben, want ik moest het even googelen – met een nogal lange tong die altijd droog en verschrompeld uit zijn bek hangt, verklaarde hij: “Die tong is ook dood.”

Ik zal altijd twee mooie herinneringen houden aan mijn schoonvader. De eerste was zijn warme welkom toen ik vers de familie kwam versterken als het nieuwe liefje van L., zijn oudste dochter. Hij legde zijn arm om me heen en verkondigde dat hij blij was met een extra dochter.
En hij was dol op zijn kleinkinderen. Hij was erg ziek op het laatst, maar toch had hij bij hem thuis  een film voor R. geregeld, compleet met popcorn. R. vond het geweldig. Met name door de bak popcorn, die hij overigens met een angstaanjagende snelheid naar binnen werkte.
En Opa Scoot zat volmaakt tevreden op de bank en genoot van zijn stoere kleinzoon, die met volgepropte hamsterwangen intens gelukkig zat te wezen.
Opa Scoot, ik hoop dat jij nu ook gelukkig zit te wezen, hetzij als olifant of als ster. Of auto, natuurlijk. Want wat ons betreft mag je zelf kiezen.

Delen

Additional information