Jojanneke in de Vinex 15: Verjuffing
Ik ga het opnemen voor de jongens in onze samenleving. Want de vrouw neemt – als wraak op jarenlange onderdrukking? – een cruciale plaats in binnen de maatschappij, namelijk bij opvoeding van de jeugd op kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en scholen. Nu vind ik dat niet erg – mijn oog wil ook wat – maar voor de kleine jongens onder ons is dat niet altijd bevorderlijk.
Jongens ontwikkelen zich motorisch en mentaal anders dan meisjes. Veel juffen laten de jongens niet experimenteren, maar bieden fijnmotorische knutseltjes aan. De meisjes vinden het prachtig, maar de jongens zijn daar nog niet aan toe en gaan draaien op hun stoel. Al snel worden ze als druk en onhandelbaar gezien en een stempel is gedrukt.
Dus toen L. en ik na mijn bevalling een jongen op mijn buik zagen liggen, beseften we dat we ons terdege moesten voorbereiden. De dag na de geboorte heeft L. hem aangegeven bij het gemeentehuis en direct daarna rende ze door naar de bieb om daar exemplaren van Pietje Bell, Dik Trom en Kruimeltje te lenen. Na deze grondig bestudeerd te hebben, dachten wij het 'Groote Opvoeden der Jongens' wel aan te kunnen. Want het devies klonk nogal simpel: jongens hebben bewegingsdrang en experimenteerlust, dus geef ze de ruimte. Dat dat een eufemisme was, begrepen we pas in de jaren die volgden.
Zo stond hij een keer voor me met mijn nieuwe mobieltje in de hand, zijn hoofd schuin en zijn warme puppy-ogen op mij gericht, en vroeg verwachtingsvol: “Mag ik dit kapot maken?”. Koortsachtig raadpleegde ik de schelmenromans en concludeerde dat dit in het voordeel was van zijn ontwikkeling. Terwijl de schroefjes en toetsen tegen mijn hoofd ketsten, zocht ik verdere informatie over de oplopende kostenposten voor ouders. Maar daar kon ik niets over vinden.
En soms heeft R. moeite om tijdens het eten rustig te blijven zitten. Dus toen Mama L. vroeg of hij soms liever wilde staan, knikte hij opgelucht en schrokte in een keer staand zijn dinosauruspoep, bavianenkots en geschaafde salamanders op (gewoon saucijzen, aardappelpuree en rode kool smaakte niet zo lekker).
Omdat R. graag tekent, hebben we – om de oplopende kosten toch enigszins in te dammen – speciale granieten stiften aangeschaft waarvan de punt niet ingedrukt kan worden. Na een creatieve uitbarsting van R. konden we namelijk de deuken in de tafel tellen, maar die stiften bleven, tot grote frustratie van onze Van Gogh, nog heel.
En tegenwoordig is R. helemaal into boksen; een kleine Muhammed Ali in de dop. Aan zijn voetenwerk moet hij nog werken, maar zijn 'linkse directe' gaat met sprongen vooruit. Mijn 'defence' heeft snel verbetering nodig, want aankomende week moet ik mijn zonnebril weer op tijdens mijn werk.
Met een zak diepvrieserwten tegen mijn oog gedrukt bedenk ik me dat ik graag op een constructieve manier wil bijdragen aan zijn ontwikkeling, maar dat ik het misschien maar beter over een andere boeg kan gooien voor mijn en L.'s veiligheid. Vastberaden gooi ik Dik Trom en consorten het raam uit en vanavond lees ik R. de oude jeugdserie Floortje Bellefleur voor. Hopelijk begrijpt hij de hint. En als hij naar school gaat, kiezen L. en ik een school met alleen maar juffen.
Je mandje is leeg